Het oplossen van verbindingsproblemen is vaak een hele opgaaf omdat er zoveel mogelijke oorzaken zijn. Probeer eerst de volgende stappen:
•
U kunt Diagnostische gegevens van het netwerk als volgt openen: klik met de rechtermuisknop op het netwerkpictogram in het systeemvak en klik vervolgens op Diagnose en herstel.
•
Zorg ervoor dat alle kabels zijn aangesloten (controleer bijvoorbeeld of uw modem is aangesloten op een werkende telefoonaansluiting, hetzij rechtstreeks, hetzij via een router).
•
Zorg ervoor dat de computer waarmee u verbinding probeert te maken is ingeschakeld.
•
Als het probleem begon nadat u nieuwe software had geïnstalleerd, controleert u de verbindingsinstellingen om te zien of deze gewijzigd zijn.
1.
U kunt Netwerkverbindingen als volgt openen: klik op de knop Start, klik op Configuratiescherm, klik op Netwerk en internet, klik op Netwerkcentrum en klik vervolgens op Netwerkverbindingen beheren.
2.
Klik met de rechtermuisknop op de verbinding en klik vervolgens op Eigenschappen. Typ het wachtwoord of een bevestiging als u wordt gevraagd om het Administrator-wachtwoord of een bevestiging.
Als u het probleem met deze stappen niet kunt oplossen, kijkt u of uw specifieke probleem in de volgende lijst voorkomt.
U kunt Netwerkcentrum als volgt openen: klik op de knop Start, klik op Configuratiescherm, klik op Netwerk en internet en klik vervolgens op Netwerkcentrum.
2.
Als netwerkdetectie is uitgeschakeld, klikt u op de knop met de pijl om de sectie uit te vouwen. Klik op Netwerkdetectie inschakelen en klik vervolgens op Toepassen. Typ het wachtwoord of een bevestiging als u wordt gevraagd om het Administrator-wachtwoord of een bevestiging.
Bestanden delen: Klik op de pijlknop
om de sectie Bestandsdeling uit te vouwen, klik op Bestanden delen inschakelen en klik vervolgens op Toepassen. Typ het wachtwoord of een bevestiging als u wordt gevraagd om het Administrator-wachtwoord of een bevestiging.
Bestanden delen met behulp van de map Openbaar: Klik op de pijlknop
om de sectie Openbare mappen delen uit te vouwen, klik op Delen inschakelen, zodat iedereen met netwerktoegang bestanden kan openen of op Delen inschakelen, zodat iedereen met netwerktoegang bestanden kan openen, wijzigen en maken, en klik vervolgens op Toepassen. Typ het wachtwoord of een bevestiging als u wordt gevraagd om het Administrator-wachtwoord of een bevestiging.
Een printer delen: Klik op de pijlknop
om de sectie Printer delen uit te vouwen, klik op Delen van printers inschakelen en klik vervolgens op Toepassen. Typ het wachtwoord of een bevestiging als u wordt gevraagd om het Administrator-wachtwoord of een bevestiging.
Voer deze stappen uit op uw eigen computer en op elke netwerkcomputer waarop Windows Vista wordt uitgevoerd en waarmee u verbinding wilt maken.
OpmerkingNetwerkdetectie is standaard uitgeschakeld voor openbare netwerken. Een andere manier om netwerkdetectie in te schakelen, is door het type netwerklocatie te wijzigen in Particulier. Zie Een netwerklocatie kiezen voor meer informatie over het wijzigen van het type van een netwerklocatie.
•
Met wachtwoord beveiligd delen is ingeschakeld.
Met wachtwoord beveiligd delen is standaard ingeschakeld voor computers in werkgroepen. Wanneer met wachtwoord beveiligd delen is ingeschakeld, kunnen personen die andere computers op uw netwerk gebruiken uw gedeelde mappen en printers alleen openen als ze een gebruikersaccount op uw computer hebben. U kunt het delen van bestanden of printers op twee manieren instellen:
•
Identieke gebruikersaccounts maken op alle computers in de werkgroep (aanbevolen). Zie Een gebruikersaccount maken voor meer informatie.
•
Wachtwoordbeveiliging uitschakelen.
Voer de volgende stappen uit om wachtwoordbeveiliging uit te schakelen:
1.
U kunt Netwerkcentrum als volgt openen: klik op de knop Start, klik op Configuratiescherm, klik op Netwerk en internet en klik vervolgens op Netwerkcentrum.
2.
Klik onder Delen en verkennen op de pijlknop naast Met wachtwoord beveiligd delen.
3.
Klik op Wachtwoordbeveiliging uitschakelen, en klik vervolgens op Toepassen. Typ het wachtwoord of een bevestiging als u wordt gevraagd om het Administrator-wachtwoord of een bevestiging.
OpmerkingMet wachtwoord beveiligd delen is niet beschikbaar op computers die zich in een domein bevinden.
•
De computer waarmee u verbinding wilt maken, heeft geen gedeelde mappen.
Zorg dat er ten minste één gedeelde map is waarmee u verbinding kunt maken.
•
De computers bevinden zich niet in dezelfde werkgroep.
Het delen van bestanden is ingeschakeld, maar er zijn geen eigenschappen voor het delen ingesteld voor de map of printer.
Het proces van het delen van bestanden en printers bestaat uit twee delen: eerst moet u het delen inschakelen, zoals hierboven wordt beschreven, en vervolgens moet u eigenschappen voor het delen instellen voor het item zelf, of het naar een openbare map verplaatsen, zodat andere personen er toegang toe krijgen. Ga naar Bestands- en printerdeling in Windows Vista op de Microsoft-website voor meer informatie over het delen van bestanden en printers.
•
Uw computer heeft niet de laatste updates voor uw router.
Neem contact op met de fabrikant van de router om zeker te zijn dat u in het bezit bent van de laatste updates.
Is de Ethernet-kabel op de juiste wijze aangesloten op de Ethernet-poorten van de modem en de computer? De uiteinden van een Ethernet-kabel zien er zo uit:
Ethernet-kabel
•
Is de telefoonkabel op de juiste manier aangesloten op de modem en de telefoonaansluiting?
•
Gebruikt u misschien een DSL-filter tussen de telefoonaansluiting en de modem?
•
Controleer de indicatielampjes op de modem. Hieraan kunt u soms zien waar het probleem zit—of er iets aan de hand is met de Ethernet-verbinding, de stroomvoorziening van de modem of de DSL- of kabelverbinding.
•
Sla uw werk op, schakel de modem uit en schakel vervolgens de computer uit. Wacht tien seconden en schakel de modem en de computer vervolgens weer in.
•
Zet de router uit, wacht tien seconden en zet deze vervolgens weer aan.
•
Beschadiging van Winsock kan verbindingsproblemen veroorzaken. Open Netwerkcontrole om dit probleem op te lossen:
•
U kunt Diagnostische gegevens van het netwerk als volgt openen: klik met de rechtermuisknop op het netwerkpictogram in het systeemvak en klik vervolgens op Diagnose en herstel.
Zorg ervoor dat het gekozen nummer klopt, met inbegrip van de eventueel vereiste toegangsnummers (bijvoorbeeld een 9), en dat het nummer niet bezet is.
•
Controleer of de telefoonaansluiting werkt. U kunt dit uitproberen door een werkende telefoon aan te sluiten en te luisteren of er een kiestoon is.
•
Zorg ervoor dat de telefoonkabel is aangesloten op de lijnaansluiting van de modem, niet op de telefoonaansluiting.
•
Controleer of de telefoonkabel in orde is door een werkende telefoon aan te sluiten op de telefoonaansluiting van de modem. Als u een kiestoon hoort, is de telefoonkabel in orde.
•
Als de functie Wisselgesprek actief is, schakelt u deze uit en probeert u de verbinding opnieuw tot stand te brengen.
•
Het is mogelijk dat de internetprovider de verbinding heeft verbroken als u een tijdlang niets op de website hebt gedaan. Probeer het opnieuw.
•
Het is mogelijk dat de verbinding automatisch is verbroken toen iemand de telefoon opnam terwijl u online was. Probeer het opnieuw.
•
De meeste inbelmodems werken alleen met analoge telefoonlijnen. Controleer of uw telefoonlijnen analoog zijn. Als u digitale telefoonlijnen hebt, moet uw computer over een digitale modem beschikken.
•
Controleer of uw modem goed werkt. Raadpleeg de informatie bij de modem of ga naar de website van de fabrikant voor meer informatie.
•
Neem contact op met uw telefoonmaatschappij om de kwaliteit van de lijn te controleren.
•
Als uw computer twee netwerkverbindingen heeft, moet de netwerksoftware kiezen welke verbinding moet worden gebruikt voor netwerkverkeer. De netwerksoftware kiest de verbinding met de beste prestaties. Als verbinding A beschikt over een internetverbinding maar traag werkt en verbinding B geen internetverbinding heeft maar betere lokale netwerkprestaties biedt, wordt netwerkverkeer via verbinding B geleid door de netwerksoftware. In dat geval kunt u echter geen websites weergeven en wordt door het netwerkpictogram en het netwerkdiagram in het Netwerkcentrum aangegeven dat u alleen een lokale verbinding hebt (geen internetverbinding). Dit is juist, maar het is niet wat u wilt. U kunt ervoor zorgen dat de computer verbinding A (met de internetverbinding) gebruikt door verbinding B te verbreken en het opnieuw te proberen.
Als u een vaste verbinding gebruikt, moet u controleren of de Ethernet-kabel is aangesloten op de netwerkadapter van de computer. De uiteinden van een Ethernet-kabel zien er zo uit:
Ethernet-kabel
•
Als u een vaste verbinding gebruikt, moet u controleren of de netwerkkabel in orde is. U kunt dit uitproberen door een andere kabel te gebruiken waarvan u weet dat deze werkt.
•
Controleer of de kabel is aangesloten op de juiste poort van de router. Sluit deze niet aan op de 'uplinkpoort'. Daarnaast wordt bij bepaalde routers de poort naast de uplinkpoort uitgeschakeld. Het is dus raadzaam een andere te proberen.
•
Als u verbinding probeert te maken met een draadloos netwerk vanaf een mobiele pc, moet u ervoor zorgen dat de schakelaar voor draadloos netwerkverkeer ingeschakeld is. Deze schakelaar bevindt zich meestal opzij van de computer.
•
Er zijn mogelijk problemen met uw netwerkadapter. Controleer uw LAN-verbinding (Local Area Network):
U kunt Netwerkverbindingen als volgt openen: klik op de knop Start, klik op Configuratiescherm, klik op Netwerk en internet, klik op Netwerkcentrum en klik vervolgens op Netwerkverbindingen beheren.
Het netwerkpictogram verandert afhankelijk van de LAN-verbinding en als de adapter niet goed werkt, wordt dat aangegeven. Daarnaast verschijnt er een statuspictogram in het systeemvak als de LAN-kabel niet is aangesloten.
•
Gebruik Apparaatbeheer om te controleren of uw netwerkadapter goed werkt:
U kunt deze stappen alleen uitvoeren als u bent aangemeld als beheerder.
1.
U kunt Apparaatbeheer als volgt openen: klik op de knop Start, klik op Configuratiescherm, klik op Systeem en onderhoud en klik vervolgens op Apparaatbeheer. Typ het wachtwoord of een bevestiging als u wordt gevraagd om het Administrator-wachtwoord of een bevestiging.
2.
Vouw de lijst Netwerkadapters uit, klik met de rechtermuisknop op de adapter die u gebruikt en klik vervolgens op Eigenschappen.
3.
Kijk onder Apparaatstatus of het apparaat naar behoren werkt.
•
Het is mogelijk dat het stuurprogramma van de netwerkadapter niet goed werkt. Ga naar de website van de fabrikant en download en installeer de nieuwste versie van het stuurprogramma.
Het is mogelijk dat Windows de netwerkadapter uitschakelt om energie te besparen. Schakel de optie voor energiebesparing uit in het eigenschappenvenster van de netwerkadapter (alleen bij vaste netwerkadapters):
1.
U kunt Netwerkverbindingen als volgt openen: klik op de knop Start, klik op Configuratiescherm, klik op Netwerk en internet, klik op Netwerkcentrum en klik vervolgens op Netwerkverbindingen beheren.
2.
Klik met de rechtermuisknop op de verbinding en klik vervolgens op Eigenschappen. Typ het wachtwoord of een bevestiging als u wordt gevraagd om het Administrator-wachtwoord of een bevestiging.
3.
Klik op het tabblad Netwerk op Configureren.
4.
Schakel op het tabblad Energiebeheer het selectievakje Toestaan dat dit apparaat wordt uitgeschakeld om energie te besparen uit en klik vervolgens op OK.
Controleer of u de naam van de VPN-server (Virtueel Particulier Netwerk) precies zo hebt getypt als de netwerkbeheerder heeft aangegeven.
•
De VPN-verbinding werkt alleen als u over een actieve internetverbinding beschikt.
•
Als u een externe modem gebruikt, moet u ervoor zorgen dat deze ingeschakeld is.
•
Informeer bij de netwerkbeheerder of u de juiste machtigingen hebt voor de verbinding en het domein op de RAS-server.
•
Er kan ook iets mis zijn met het certificaat. Roep de hulp in van uw netwerkbeheerder.
•
De VPN-verbinding werkt niet als er een Winsock-proxyclient actief is. Informeer bij de netwerkbeheerder of de Winsock-proxyclient actief is.
•
Als u het IP-adres (bijvoorbeeld: 131.107.10.25) van een website kent, typt u het adres in de adresbalk van de browser en drukt u op ENTER. Als dit werkt, is er waarschijnlijk iets aan de hand met de omzetting van DNS-namen (Domain Name System). Roep de hulp in van uw netwerkbeheerder.
•
Als u van uw bedrijf speciale software moet gebruiken, ligt het misschien daaraan. Roep de hulp in van uw netwerkbeheerder.
•
Als u het IP-adres (bijvoorbeeld: 131.107.10.25) van de VPN-server kent, gebruikt u dat adres voor de VPN-verbinding en drukt u op ENTER. Als dat werkt, is er waarschijnlijk iets aan de hand met de omzetting van DNS-namen. Roep de hulp in van uw netwerkbeheerder.
•
Er kan iets aan de hand zijn met de server waarmee u verbinding probeert te maken. Roep de hulp in van uw netwerkbeheerder.
Dit kan zich voordoen als de versleuteling van uw computer niet overeenstemt met de versleuteling van de VPN-server. Als u de versleutelingsinstellingen wilt wijzigen zodat op uw computer de aanbevolen instelling 3DES wordt gebruikt, voert u de volgende stappen uit:
1.
U kunt Netwerkcentrum als volgt openen: klik op de knop Start, klik op Configuratiescherm, klik op Netwerk en internet en klik vervolgens op Netwerkcentrum.
2.
Klik op Verbinding maken met een netwerk.
3.
Klik met de rechtermuisknop op de VPN-verbinding en klik vervolgens op Eigenschappen.
4.
Klik op het tabblad Beveiliging, klik op Geavanceerd (aangepaste instellingen) en klik vervolgens op Instellingen.
5.
Selecteer in het dialoogvenster Geavanceerde beveiligingsinstellingen Codering met maximale sterkte (verbinding verbreken indien afgewezen) onder Gegevenscodering en klik vervolgens twee keer op OK.
6.
Klik op Verbinding maken om opnieuw te proberen verbinding te maken.
U kunt Netwerkverbindingen als volgt openen: klik op de knop Start, klik op Configuratiescherm, klik op Netwerk en internet, klik op Netwerkcentrum en klik vervolgens op Netwerkverbindingen beheren.
2.
Druk op ALT als u het menu Bestand niet ziet.
3.
Klik op Bestand en klik vervolgens op Nieuwe binnenkomende verbinding Typ het wachtwoord of een bevestiging als u wordt gevraagd om het Administrator-wachtwoord of een bevestiging..
Voer de volgende stappen uit om de hoofdmap van een station te delen:
1.
U kunt Computer als volgt openen: klik op de knop Start en klik vervolgens op Computer.
2.
Klik met de rechtermuisknop op het station en klik vervolgens op Delen.
3.
Klik in het dialoogvenster met de eigenschappen van het station op het tabblad Geavanceerd delen. Typ het wachtwoord of een bevestiging als u wordt gevraagd om het Administrator-wachtwoord of een bevestiging.
4.
Schakel in het dialoogvenster Geavanceerd delen het selectievakje Deze map delen in, voer een sharenaam in en klik vervolgens op OK.
Opmerkingen
U kunt de hoofdmap van een station niet delen met behulp van een dollarteken volgend op de letter van het station, zoals in vorige versies van Windows. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om de hoofdmap van uw C-station te delen als "C$," maar u kunt deze wel delen als "C" of een willekeurige andere naam.
Uit veiligheidsoverwegingen raden we u aan alleen geselecteerde mappen te delen, en niet het gehele station.
Internetprovider
__elbasuer__
Internetprovider
Een bedrijf dat internettoegang biedt aan personen of bedrijven. Een internetprovider verstrekt de gebruiker een telefoonnummer, een gebruikersnaam, een wachtwoord en andere verbindingsgegevens, waarmee gebruikers toegang kunnen krijgen tot internet via de computers van de internetprovider. Voor het gebruik van deze verbinding w