Werken met Paint
In dit artikelPaint is een programma waarmee u afbeeldingen kunt tekenen, kleuren en bewerken. U kunt Paint als een digitaal schetsblok gebruiken om eenvoudige tekeningen en creatieve projecten te maken of om tekst en ontwerpen toe te voegen aan andere afbeeldingen, zoals foto's die u hebt genomen met uw digitale camera.
De onderdelen van Paint
Als u Paint wilt openen, klikt u op de knop Start
, klikt u op Alle programma's, op Bureau-accessoires en vervolgens op Paint.
Wanneer Paint is gestart, ziet u een grotendeels leeg venster, met slechts enkele hulpmiddelen voor tekenen en schetsen. In de volgende illustratie ziet u de verschillende onderdelen van het Paint-venster:
 |
| Het Paint-venster |
Werken met hulpmiddelen
Paint beschikt over een handige verzameling tekenhulpmiddelen in de werkset. Met deze hulpmiddelen kunt u uit vrije hand tekenen en diverse vormen toevoegen aan uw afbeeldingen.
In deze sectie worden enkele algemene taken beschreven. Zie Paint-hulpmiddelen voor informatie over het gebruik van elk hulpmiddel in de werkset van Paint.
| Een lijn tekenen |
| Met sommige hulpmiddelen, zoals het potlood, de kwast, de lijn en de gebogen lijn, kunt u diverse rechte, gebogen en kronkellijnen maken. U bepaalt met de manier waarop u de muis beweegt wat u tekent. Met het hulpmiddel Lijn kunt u bijvoorbeeld een rechte lijn tekenen. | | 1.
| Klik in de werkset op het hulpmiddel Lijn
. | | 2.
| Klik in de kleurenset op de kleur die u wilt gebruiken. | | 3.
| Sleep met de aanwijzer in het tekengebied om te tekenen. |
|
| Een kronkellijn tekenen |
| Uw tekeningen hoeven niet alleen uit rechte lijnen te bestaan. Met het hulpmiddel Gebogen lijn kunt u bijvoorbeeld vloeiende curves maken. Met de hulpmiddelen Potlood en Kwast kunt u geheel vrije vormen maken. | | 1.
| Klik in de werkset op het hulpmiddel Potlood
. | | 2.
| Klik in de kleurenset op de kleur die u wilt gebruiken. | | 3.
| Sleep met de aanwijzer in het tekengebied om te tekenen. |
|
| Een vorm tekenen |
| Met sommige hulpmiddelen, zoals Rechthoek en Ovaal, kunt u vormen toevoegen aan uw tekening. De techniek is altijd hetzelfde, ongeacht de vorm die u kiest. Met het hulpmiddel Veelhoek kunt u bijvoorbeeld een veelhoek tekenen. Een veelhoek is een vorm die elk gewenst aantal zijden kan hebben. | | 1.
| Klik in de werkset op het hulpmiddel Veelhoek . | | 2.
| Klik in het vak Opties op een opvulstijl:  | | Opvulopties |
| • | Contour. De vorm die u toevoegt, is alleen een contour met een transparant binnenste. | | • | Contour met opvulling. De vorm wordt opgevuld met de huidige achtergrondkleur. (Klik met de rechtermuisknop op een kleur in de kleurenset om een achtergrondkleur in te stellen.) | | • | Effen. De vorm wordt opgevuld met de huidige achtergrondkleur, maar krijgt geen rand. |
| | 3.
| Als u een veelhoek wilt toevoegen, sleept u met de aanwijzer in het tekengebied en klikt u om de eerste zijde af te sluiten. | | 4.
| Sleep opnieuw om de volgende zijde te maken en klik weer om die zijde af te sluiten. Ga zo door om alle zijden te maken. | | 5.
| Dubbelklik om de laatste zijde te maken en de veelhoek te sluiten. |
|
| Een deel van uw afbeelding wissen |
| Als u een fout hebt gemaakt of als u gewoon een deel van een afbeelding wilt veranderen, gebruikt u de gum. Elk gebied dat u met de gum wist, wordt standaard wit, maar u kunt de kleur voor de gum wijzigen. Als u de kleur voor de gum bijvoorbeeld instelt op geel, wordt alles wat u wist geel. | | 1.
| Klik in de werkset op het hulpmiddel Gum
. | | 2.
| Klik in de kleurenset met de rechtermuisknop op de kleur waarmee u wilt wissen. Als u wit wilt gebruiken, hoeft u geen kleur te kiezen. | | 3.
| Sleep de aanwijzer over het gebied dat u wilt uitgummen. |
|
Het effect van de tekenhulpmiddelen wijzigen
In het vak Opties, dat zich onder de werkset bevindt, kunt u de manier waarmee met een hulpmiddel wordt getekend, aanpassen. U kunt bijvoorbeeld de kwastdikte instellen voor het hulpmiddel (dit is van invloed op de dikte van de lijnen die u tekent) en u kunt kiezen of de vormen die u tekent wel of geen rand hebben.
| De kwaststreek wijzigen voor de kwast |
| | 1.
| Klik in de werkset op het hulpmiddel Kwast . | | 2.
| Klik in het vak Opties op de kwastvorm waarmee u wilt schilderen.  | | Afbeelding van kwastopties |
| | 3.
| Sleep met de aanwijzer in het tekengebied om te schilderen. |
|
Een afbeelding opslaan
Sla uw afbeelding vaak op om te voorkomen dat u uw werk per ongeluk kwijtraakt. Dit doet u door in het menu Bestand op Opslaan te klikken. Hiermee worden alle wijzigingen opgeslagen die u in de afbeelding hebt aangebracht nadat u deze de laatste keer hebt opgeslagen.
Als u een nieuwe afbeelding de eerste keer opslaat, moet u hiervoor een bestandsnaam opgeven. Voer de volgende stappen uit:
| |
| | 1.
| Klik op Opslaan in het menu Bestand. | | 2.
| Selecteer de gewenste bestandsindeling in het vak Opslaan als type. | | 3.
| Typ een naam in het vak Bestandsnaam. | | 4.
| Klik op Opslaan. |
|
Slepen
Een item op het scherm verplaatsen door het item te selecteren en de muisknop ingedrukt te houden terwijl u de muis verplaatst. Zo kunt u een venster naar aan andere locatie op het scherm verplaatsen door de titelbalk van het venster te verslepen.