Voor vrijwel alles wat u met uw computer doet, moet u een programma gebruiken. Als u bijvoorbeeld een tekening wilt maken, moet u hiervoor een tekenprogramma gebruiken. Als u een brief wilt schrijven, gebruikt u een tekstverwerkingsprogramma. Om internet te verkennen gebruikt u een zogenaamde webbrowser, ook een programma. Er zijn duizenden programma's beschikbaar voor Windows.
Een programma starten
Het menu Start is het beginpunt voor alle programma's op uw computer. U opent het menu Start door op de knop Start
te klikken. Het linkerdeelvenster van het menu Start bevat een korte lijst met programma's, inclusief uw internetbrowser, e‑mailprogramma en programma's die u onlangs hebt gebruikt. Als u een programma wilt starten, klikt u erop.
Klik op een programma in het linkerdeelvenster om het te starten
Als u het programma dat u wilt openen niet ziet, maar u wel de naam van het programma weet, typt u de volledige of gedeeltelijke programmanaam in het vak Zoeken onder aan het linkerdeelvenster. Als u bijvoorbeeld Windows Fotogalerie zoekt, typt u foto of galerie in het zoekvak. De zoekresultaten worden meteen weergegeven in het linkerdeelvenster. Klik onder Programma's op een programma om het te openen.
In het linkerdeelvenster worden programma's weergegeven die de zoekterm bevatten
Als u een volledige lijst met uw programma's wilt weergeven, klikt u op de knop Start en klikt u vervolgens op Alle programma's. Zie Het menu Start (overzicht) voor meer informatie.
U kunt een programma ook starten door een bestand te openen. Wanneer het bestand wordt geopend, wordt automatisch het bijbehorende programma geopend. Zie Een bestand of een map openen.
De meeste programma's bevatten tientallen of zelfs honderden opdrachten (acties) die u gebruikt om met het programma te werken. Veel van deze opdrachten zijn ondergebracht in menu's. Net zoals het menu in een restaurant bevat een programmamenu een lijst met keuzemogelijkheden. Om het scherm opgeruimd te houden, zijn menu's verborgen totdat u op de titels ervan klikt op de menubalk, die zich vlak onder de titelbalk bevindt. Als u bijvoorbeeld op 'Afbeelding' klikt op de menubalk van Paint, wordt het menu Afbeelding weergegeven:
Het menu Afbeelding in Paint
Als u een van de opdrachten in een menu wilt kiezen, klikt u erop. In sommige gevallen verschijnt er een dialoogvenster, waarin u nog meer opties kunt kiezen. Als een opdracht niet beschikbaar is en niet kan worden aangeklikt, wordt die opdracht grijs weergegeven, zoals de opdracht Bijsnijden in de afbeelding.
Werkbalken bieden toegang tot veelgebruikte opdrachten in de vorm van knoppen of pictogrammen. Deze opdrachten staan vaak ook in de menu's van het programma, maar via werkbalken kunt u een opdracht kiezen met een enkele muisklik. Werkbalken worden normaal gesproken vlak onder de menubalk weergegeven:
Werkbalken in WordPad
Door op een werkbalkknop te klikken wordt een opdracht uitgevoerd. Als u in WordPad bijvoorbeeld op de knop Opslaan
klikt, wordt het document opgeslagen. Als u wilt weten wat een bepaalde werkbalkknop doet, kunt u die knop aanwijzen. De naam of de functie van de knop wordt dan weergegeven:
Wijs een werkbalkknop aan om de functie van de knop weer te geven
Met veel programma's kunt u documenten maken, bewerken, opslaan en afdrukken. Een document is over het algemeen elk type bestand dat u kunt bewerken. Een tekstverwerkingsbestand is bijvoorbeeld een type document, net zoals een spreadsheet, een e‑mailbericht en een presentatie. De termen document en bestand worden echter vaak door elkaar gebruikt. Afbeeldingen, muziekclips en video's die u kunt bewerken worden meestal bestanden genoemd, hoewel het feitelijk documenten zijn.
Door sommige programma's, zoals WordPad, Kladblok en Paint, wordt automatisch een leeg, naamloos document geopend wanneer u het programma start, zodat u meteen aan de slag kunt. U ziet dan een groot wit gebied en een generieke naam, zoals 'Naamloos' of 'Document' op de titelbalk van het programma.
De titelbalk in WordPad
Als door uw programma niet automatisch een nieuw document wordt geopend wanneer het programma wordt gestart, kunt u dat zelf doen:
•
Klik op het menu Bestand van het programma dat u gebruikt en klik vervolgens op Nieuw. Als u in het programma meer dan een type document kunt openen, moet u mogelijk het type selecteren in een lijst.
Terwijl u aan een document werkt, worden uw toevoegingen en wijzigingen opslagen in het RAM-geheugen (Random Access Memory) van uw computer. De opslag van gegevens in het RAM-geheugen is slechts tijdelijk. Als uw computer wordt uitgeschakeld of geen stroom meer krijgt, worden alle gegevens in het RAM-geheugen gewist.
Als u een document opslaat, kunt u het een naam geven en het permanent opslaan op de vaste schijf van uw computer. Het document blijft dan behouden als de computer wordt uitgeschakeld en u kunt het later opnieuw openen.
Een document opslaan
•
Klik in het menu Bestand op Opslaan. Als dit de eerste keer is dat u het document opslaat, wordt u gevraagd een naam voor het document op te geven en een locatie op de computer te kiezen waar het document moet worden opgeslagen.
Ook als u een document eenmaal hebt opgeslagen, moet u het blijven opslaan terwijl u werkt. Alle wijzigingen die u hebt aangebracht nadat u het document de laatste keer hebt opgeslagen, worden namelijk alleen in het RAM-geheugen opgeslagen, niet op de vaste schijf. U dient uw document om de paar minuten op te slaan om te voorkomen dat u onverwacht werk kwijtraakt door een stroomstoring of een ander probleem.
Met de meeste programma's kunt u onderling tekst en afbeeldingen uitwisselen. U kunt bijvoorbeeld tekst of een afbeelding van een webpagina in Internet Explorer kopiëren naar een document in WordPad. Wanneer u gegevens kopieert, worden deze opgeslagen in een tijdelijk opslaggebied dat het Klembord wordt genoemd. Van daaruit kunt u ze in een document plakken.
Voordat u informatie gaat verplaatsen, moet u begrijpen hoe u schakelt tussen de geopende vensters op uw bureaublad. Zie Werken met vensters.
Selecteer in het document de tekst die u wilt kopiëren of verplaatsen. (U kunt tekst selecteren door er met de aanwijzer overheen te slepen. De selectie wordt dan gemarkeerd.)
2.
Klik in het menu Bewerken op Kopiëren of Knippen. (Met Kopiëren blijven de gegevens in het oorspronkelijke document staan en met Knippen worden ze uit het document verwijderd.)
3.
Schakel naar het document waarin u de tekst wilt weergeven en klik vervolgens op een locatie in het document.
4.
Klik op Plakken in het menu Bewerken. U kunt dezelfde tekst meerdere malen plakken.
In de meeste programma's kunt u acties die u hebt uitgevoerd of fouten die u hebt gemaakt ongedaan maken (herstellen). Als u bijvoorbeeld per ongeluk een alinea tekst hebt verwijderd in een WordPad-document, kunt u deze weer terughalen met de opdracht Ongedaan maken. Als u in Paint een lijn tekent die u niet wilt hebben, kunt u die lijn meteen ongedaan maken om deze te laten verdwijnen.
Bijna elk programma beschikt over een ingebouwd Help-systeem voor die momenten waarop u even niet weet hoe het programma werkt.
Het Help-systeem van een programma openen:
•
Klik in het menu Help van het programma op de eerste optie in de lijst, zoals Help weergeven, Help-onderwerpen of een soortgelijke tekst. (De naam van de optie kan per programma verschillen.) – of – Druk op F1. U kunt met deze functietoets in bijna elk programma de Help openen.
Naast deze programmagebonden Help vindt u in sommige dialoogvensters ook koppelingen naar Help-onderwerpen over de specifieke functies in deze dialoogvensters. Als er een vraagteken binnen een cirkel of een vierkant wordt weergegeven of als er een gekleurde en onderstreepte tekstkoppeling wordt weergegeven, kunt u daarop klikken om het desbetreffende Help-onderwerp te openen.
Als u een programma wilt afsluiten, klikt u op de knop Sluiten
in de rechterbovenhoek. U kunt ook in het menu Bestand op Afsluiten klikken.
Vergeet niet uw document op te slaan voordat u een programma afsluit. Als u probeert het programma af te sluiten terwijl u uw werk nog niet hebt opgeslagen, wordt u door het programma gevraagd of u het document wilt opslaan:
Er verschijnt een dialoogvenster als u een programma afsluit zonder uw werk op te slaan
•
Klik op Ja om het document op te slaan en het programma vervolgens af te sluiten.
•
Als u het programma wilt afsluiten zonder het document op te slaan, klikt u op Nee.
•
Als u wilt terugkeren naar het programma zonder het af te sluiten, klikt u op Annuleren.
U bent niet beperkt tot de programma's die met uw computer zijn meegeleverd. U kunt ook nieuwe programma's kopen op cd of dvd, of programma's downloaden van internet (al dan niet gratis).
Een programma moet worden geïnstalleerd om aan uw computer te worden toegevoegd. Nadat een programma is geïnstalleerd, verschijnt het in de lijst Alle programma's van het menu Start. Door sommige programma's wordt ook een snelkoppeling toegevoegd aan uw bureaublad. Zie Een programma installeren.
Een klein venster met opties voor het uitvoeren van een taak. Wanneer u bijvoorbeeld voor het eerst een bestand opslaat, wordt een dialoogvenster weergeven met opties om het bestand een naam te geven en om een map te selecteren waarin u het bestand kunt opslaan.
Programma
__elbasuer__
Programma
Een reeks instructies die een computer gebruikt om een bepaalde taak uit te voeren, zoals een tekst bewerken, boekhouden of gegevens beheren. Wordt ook een toepassing genoemd.
Bestand
__elbasuer__
Bestand
Een verzameling gegevens die onder één naam op een computer is opgeslagen. Een bestand kan een tekstdocument, een afbeelding, een programma, enzovoort, zijn. Bestanden hebben per definitie een bestandsextensie van drie letters ter aanduiding van het type bestand. Zo worden fotobestanden dikwijls opgeslagen in de indeling JPEG en krijgen dan de extensie .JPG.
Titelbalk
__elbasuer__
Titelbalk
De horizontale balk boven aan een venster die de naam van het venster bevat. De meeste titelbalken bevatten ook vakken of knoppen voor het sluiten en het wijzigen van het formaat van het venster.
Downloaden
__elbasuer__
Downloaden
Een bestand kopiëren van de ene computer naar de andere met behulp van een modem of netwerk.
Random Access Memory (RAM)
__elbasuer__
Random Access Memory (RAM)
Het belangrijkste interne opslaggebied dat door de computer wordt gebruikt om programma's uit te voeren en gegevens op te slaan. Gegevens worden tijdelijk in het RAM-geheugen opgeslagen en gaan verloren wanneer u de computer uitschakelt.
Webbrowser
__elbasuer__
Webbrowser
Een softwareprogramma dat wordt gebruikt om webpagina's weer te geven en te navigeren op internet. Internet Explorer is een webbrowser.
Vaste schijf
__elbasuer__
Vaste schijf
Het primaire opslagapparaat in een computer. Ook wel harde schijf of vasteschijfstation genoemd. Hier worden uw bestanden en programma's per definitie opgeslagen.
Slepen
__elbasuer__
Slepen
Een item op het scherm verplaatsen door het item te selecteren en de muisknop ingedrukt te houden terwijl u de muis verplaatst. Zo kunt u een venster naar aan andere locatie op het scherm verplaatsen door de titelbalk van het venster te verslepen.
Snelkoppeling
__elbasuer__
Snelkoppeling
Een koppeling die verwijst naar een item dat toegankelijk is op uw computer of in een netwerk, bijvoorbeeld een programma, bestand, map, schijfstation, printer of andere computer. U kunt op verschillende plaatsen snelkoppelingen maken, zoals op het bureaublad, in het menu Start of in bepaalde mappen.
Pictogram
__elbasuer__
Pictogram
Een kleine afbeelding die een bestand, een map, een programma of een ander object of andere functie aangeeft.
Aanwijzen
__elbasuer__
Aanwijzen
Een aanwijzer (bijvoorbeeld een pijl) naar een bepaalde positie op het scherm verplaatsen door een aanwijsapparaat te gebruiken, zoals een muis of pen.