België en LuxemburgWijzigen|Microsoft.com Home
Windows
 
Aangestuurd door Live Search
 
StartProductenWinkelenDownloadsWerken met WindowsHulp en ondersteuning
Windows Hulp en ondersteuning

Werken met Paint

Paint is een programma waarmee u afbeeldingen kunt tekenen, kleuren en bewerken. U kunt Paint als een digitaal schetsblok gebruiken om eenvoudige tekeningen en creatieve projecten te maken of om tekst en ontwerpen toe te voegen aan andere afbeeldingen, zoals foto's die u hebt genomen met uw digitale camera.

De onderdelen van Paint

Als u Paint wilt openen, klikt u op de knop StartAfbeelding van de knop Start, klikt u op Alle programma's, op Bureau-accessoires en vervolgens op Paint.

Wanneer Paint is gestart, ziet u een grotendeels leeg venster, met slechts enkele hulpmiddelen voor tekenen en schetsen. In de volgende illustratie ziet u de verschillende onderdelen van het Paint-venster:

Afbeelding van het venster Paint
Het Paint-venster

Werken met hulpmiddelen

Paint beschikt over een handige verzameling tekenhulpmiddelen in de werkset. Met deze hulpmiddelen kunt u uit vrije hand tekenen en diverse vormen toevoegen aan uw afbeeldingen.

In deze sectie worden enkele algemene taken beschreven. Zie Paint-hulpmiddelen voor informatie over het gebruik van elk hulpmiddel in de werkset van Paint.

Een lijn tekenen

Met sommige hulpmiddelen, zoals het potlood, de kwast, de lijn en de gebogen lijn, kunt u diverse rechte, gebogen en kronkellijnen maken. U bepaalt met de manier waarop u de muis beweegt wat u tekent. Met het hulpmiddel Lijn kunt u bijvoorbeeld een rechte lijn tekenen.

1.

Klik in de werkset op het  hulpmiddel LijnAfbeelding van de knop Lijn .

2.

Klik in de kleurenset op de kleur die u wilt gebruiken.

3.

Sleep met de aanwijzer in het tekengebied om te tekenen.

Een kronkellijn tekenen

Uw tekeningen hoeven niet alleen uit rechte lijnen te bestaan. Met het hulpmiddel Gebogen lijn kunt u bijvoorbeeld vloeiende curves maken. Met de hulpmiddelen Potlood en Kwast kunt u geheel vrije vormen maken.

1.

Klik in de werkset op het  hulpmiddel PotloodAfbeelding van de knop Potlood .

2.

Klik in de kleurenset op de kleur die u wilt gebruiken.

3.

Sleep met de aanwijzer in het tekengebied om te tekenen.

Als u een bredere lijn wilt maken, gebruikt u de kwast in plaats van het potlood. De kwast kan op verschillende diktes worden ingesteld.

Een vorm tekenen

Met sommige hulpmiddelen, zoals Rechthoek en Ovaal, kunt u vormen toevoegen aan uw tekening. De techniek is altijd hetzelfde, ongeacht de vorm die u kiest. Met het hulpmiddel Veelhoek kunt u bijvoorbeeld een veelhoek tekenen. Een veelhoek is een vorm die elk gewenst aantal zijden kan hebben.

1.

Klik in de werkset op het  hulpmiddel VeelhoekAfbeelding van de knop Veelhoek.

2.

Klik in het vak Opties op een opvulstijl:

Afbeelding van de opvulopties
Opvulopties

Contour. De vorm die u toevoegt, is alleen een contour met een transparant binnenste.

Contour met opvulling. De vorm wordt opgevuld met de huidige achtergrondkleur. (Klik met de rechtermuisknop op een kleur in de kleurenset om een achtergrondkleur in te stellen.)

Effen. De vorm wordt opgevuld met de huidige achtergrondkleur, maar krijgt geen rand.

3.

Als u een veelhoek wilt toevoegen, sleept u met de aanwijzer in het tekengebied en klikt u om de eerste zijde af te sluiten.

4.

Sleep opnieuw om de volgende zijde te maken en klik weer om die zijde af te sluiten. Ga zo door om alle zijden te maken.

5.

Dubbelklik om de laatste zijde te maken en de veelhoek te sluiten.

Een deel van uw afbeelding wissen

Als u een fout hebt gemaakt of als u gewoon een deel van een afbeelding wilt veranderen, gebruikt u de gum. Elk gebied dat u met de gum wist, wordt standaard wit, maar u kunt de kleur voor de gum wijzigen. Als u de kleur voor de gum bijvoorbeeld instelt op geel, wordt alles wat u wist geel.

1.

Klik in de werkset op het hulpmiddel GumAfbeelding van de knop Gum .

2.

Klik in de kleurenset met de rechtermuisknop op de kleur waarmee u wilt wissen. Als u wit wilt gebruiken, hoeft u geen kleur te kiezen.

3.

Sleep de aanwijzer over het gebied dat u wilt uitgummen.

Het effect van de tekenhulpmiddelen wijzigen

In het vak Opties, dat zich onder de werkset bevindt, kunt u de manier waarmee met een hulpmiddel wordt getekend, aanpassen. U kunt bijvoorbeeld de kwastdikte instellen voor het hulpmiddel (dit is van invloed op de dikte van de lijnen die u tekent) en u kunt kiezen of de vormen die u tekent wel of geen rand hebben.

De kwaststreek wijzigen voor de kwast

1.

Klik in de werkset op het hulpmiddel Kwast  Afbeelding van de knop Kwast.

2.

Klik in het vak Opties op de kwastvorm waarmee u wilt schilderen.

Afbeelding van kwastopties
Afbeelding van kwastopties

3.

Sleep met de aanwijzer in het tekengebied om te schilderen.

Een afbeelding opslaan

Sla uw afbeelding vaak op om te voorkomen dat u uw werk per ongeluk kwijtraakt. Dit doet u door in het menu Bestand op Opslaan te klikken. Hiermee worden alle wijzigingen opgeslagen die u in de afbeelding hebt aangebracht nadat u deze de laatste keer hebt opgeslagen.

Als u een nieuwe afbeelding de eerste keer opslaat, moet u hiervoor een bestandsnaam opgeven. Voer de volgende stappen uit:

1.

Klik op Opslaan in het menu Bestand.

2.

Selecteer de gewenste bestandsindeling in het vak Opslaan als type.

3.

Typ een naam in het vak Bestandsnaam.

4.

Klik op Opslaan.



©2008 Microsoft Corporation. Alle rechten voorbehouden.