Afdrukopties kiezen
In dit artikel In dit artikel is beschreven hoe u de gewenste afdrukresultaten kunt verwezenlijken. In dit artikel wordt ingegaan op het bepalen van wat u wilt afdrukken, op het kiezen van afdrukopties voor uw documenten en op het selecteren van een printer. Welke afdrukopties er beschikbaar zijn, is afhankelijk van welke printer en welk programma u gebruikt.
Bepalen wat u wilt afdrukken
Bepaal voordat u een afdruktaak naar de printer verzendt of u het gehele document of de gehele webpagina of slechts een gedeelte van het document of de webpagina wilt afdrukken. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat u eerst moet noteren welk pagina's u wilt afdrukken of dat u eerst een gedeelte van een document moet selecteren voordat u de afdruktaak naar de printer verzendt. Hierna volgt een aantal algemene afdruktaken:
| • | Als u slechts een gedeelte van een document of een bestand wilt afdrukken, moet u de paginanummers noteren van de pagina's die u wilt afdrukken. |
| • | Als u slechts een gedeelte van een pagina of webpagina wilt afdrukken, moet u de gewenste inhoud selecteren voordat u deze afdrukt. |
| • | Als u een specifieke pagina wilt afdrukken, klikt u op een willekeurige locatie op de pagina voordat u de afdrukopties voor het document kiest. De pagina waarop u klikt, wordt de huidige pagina. U kunt deze pagina afdrukken door de desbetreffende optie in te stellen in het dialoogvenster Afdrukken. |
Nadat u hebt bepaald wat u wilt afdrukken, moet u bepalen hoe het afgedrukte exemplaar er moet uitzien en vervolgens moet u een printer selecteren.
Bepalen hoe het afgedrukte exemplaar er moet uitzien
Als u de afdrukopties wilt kiezen, moet u het gewenste document of bestand of de gewenste de afbeelding openen. De meeste afdrukopties bevinden zich in het dialoogvenster Afdrukken, dat u kunt openen via het menu Bestand van het desbetreffende programma. Welke opties beschikbaar zijn, is afhankelijk van welk programma en welke printer u gebruikt.
 |
| Het dialoogvenster Afdrukken in WordPad |
Sommige opties zijn alleen toegankelijk nadat u op een knop of een koppeling hebt geklikt. Het is ook mogelijk dat er opties op een ander tabblad binnen het dialoogvenster Afdrukken worden weergegeven. Zie de documentatie of Help-informatie bij het desbetreffende programma voor meer informatie over de afdrukopties in een bepaald programma.
Afdrukopties die afhankelijk zijn van de mogelijkheden van uw printer worden voorkeursinstellingen voor afdrukken genoemd, zoals wel of niet dubbelzijdig afdrukken, wel of geen scheidingspagina's, opties voor de kleuren of de kwaliteit van de afbeelding en wel of geen nietjes. Voorkeursinstellingen voor afdrukken worden evenals de programmaopties weergegeven in het dialoogvenster Afdrukken. U kunt de voorkeursinstellingen voor afdrukken meestal weergeven via een knop met de naam Voorkeuren of Eigenschappen. U kunt telkens als u een document afdrukt andere voorkeuren instellen. U kunt echter ook standaardvoorkeuren instellen die moeten worden gebruikt voor alle documenten die u naar een printer verzendt.
 | Standaardvoorkeuren voor afdrukken instellen |
| | 1.
| U kunt Printers als volgt openen: klik op de knop Start , klik op Configuratiescherm, klik op Hardware en geluiden en klik vervolgens op Printers. | | 2.
| Klik met de rechtermuisknop op de printer die u wilt gebruiken en klik vervolgens op Voorkeursinstellingen voor afdrukken. | | 3.
| Selecteer de voorkeursinstellingen die u als standaardvoorkeuren wilt instellen en klik vervolgens op OK. |
|
De functie Afdrukvoorbeeld gebruiken
Als u voordat u afdrukt, wilt weergeven hoe het bestand wordt afgedrukt, opent u het document in een programma waarin u een afdrukvoorbeeld kunt weergeven. De optie Afdrukvoorbeeld bevindt zich meestal in het menu Bestand van het desbetreffende programma. U kunt normaal gesproken van elke pagina in het document een afdrukvoorbeeld weergeven. In sommige programma's kunt u afdrukopties kiezen in de modus Afdrukvoorbeeld, waarna u rechtstreeks vanuit het voorbeeld kunt afdrukken. In andere programma's moet u het voorbeeld eerst sluiten, vervolgens moet u de document- of printerinstellingen wijzigen en ten slotte kunt u afdrukken.
 |
| Afdrukvoorbeeld in WordPad |
Als het afdrukvoorbeeld of het afgedrukte document niet aan uw wensen voldoet, moet u het document mogelijk bewerken of moet u uw afdrukopties aanpassen. Als er bijvoorbeeld slechts een gedeelte van uw document op de afgedrukte pagina past, kunt u de tekengrootte aanpassen, de marges verkleinen of de pagina-indeling wijzigen. Vervolgens kunt u het document opnieuw afdrukken.
Kopieën afdrukken of afdrukken naar een bestand
Als u eenmaal hebt bepaald wat u wilt afdrukken, kunt u kiezen of u kopieën wilt afdrukken of dat u wilt afdrukken naar een bestand.
Een kopie afdrukken Als u een printer hebt aangeschaft en als u deze op de computer hebt aangesloten of als u deze in een netwerk hebt geïnstalleerd, is de kans groot dat u reeds bekend bent met de functies waarmee de desbetreffende printer is uitgerust. U zult bijvoorbeeld waarschijnlijk al weten of u met het apparaat kunt afdrukken in kleur, in zwart-wit of zowel in kleur als in zwart-wit. Daarnaast weet u misschien reeds welke papierformaten u in de printer kunt plaatsen en of u kopieën onmiddellijk kunt nieten nadat deze zijn afgedrukt. Dit zijn algemene printerfuncties die meestal op de behuizing van de printer zijn aangegeven.
Zie de documentatie bij de printer of neem contact op met de persoon die de printer op uw computer of netwerk heeft aangesloten als u wilt weten of de printer ook andere functies biedt, zoals watermerken, scheidingspagina's en opties voor de weergave van afbeeldingen, waaronder de resolutie en het contrast.
Als u meerdere printers op de computer hebt aangesloten, wordt wanneer u een document of een bestand wilt afdrukken automatisch de standaardprinter geselecteerd. Afhankelijk van het type documenten dat u het meest afdrukt en van uw afdrukvoorkeuren, kunt u telkens een printer kiezen of de standaardprinter wijzigen. Zie De standaardprinter wijzigen voor meer informatie.
Afdrukken naar een bestand Windows biedt twee extra printerstuurprogramma's die in het Configuratiescherm en in uw programma's worden weergegeven als printers. U kunt deze printers gebruiken als u naar een bestand wilt afdrukken in plaats van op papier. U kunt naar een bestand afdrukken als u een document wilt verzenden, delen of publiceren of als u het document wilt afdrukken met een andere computer of bij een commerciële drukker.
Afdrukken naar een bestand is bijzonder nuttig wanneer u uw document wilt laten afdrukken door een commerciële drukker, als u wilt bepalen hoe een document wordt gedrukt, als u wilt bepalen hoe een document online of op een andere computer wordt weergeven en als u beveiligingsfuncties aan een document wilt toevoegen voordat u dit verzendt of deelt met andere mensen. Zie de volgende onderwerpen voor meer informatie over de printers die bij Windows worden geleverd:
Een groot aantal afdrukopties is afhankelijk van de printer. Nadat u een printer hebt geselecteerd kunt u nog meer opties voor het afdrukken van uw document selecteren.
In deze tabel wordt een aantal veelgebruikte afdrukopties beschreven. Hoe de afzonderlijke opties worden genoemd, kan variëren, afhankelijk van de maker van de software en de fabrikant van de printer.
Dubbelzijdig afdrukken | Dit wordt ook wel duplex of tweezijdig afdrukken genoemd. Hiermee kunt u op beide zijden van een vel papier afdrukken, ongeacht de afdrukstand of de bron. |
Afdrukstand | De afdrukstand wordt soms ook wel de papierstand genoemd. Deze opties bieden u de mogelijkheid om inhoud af te drukken op een horizontaal of een verticaal geplaatst vel papier. |
Afdrukbereik | Als u wilt kiezen welke pagina's u wilt afdrukken, hebt u standaard vier opties tot uw beschikking, waaronder het afdrukken van alle pagina's in een document. Als u afzonderlijke pagina's of een reeks pagina's (een bereik) wilt selecteren, moet u door komma's of koppeltekens gescheiden paginanummers invoeren. Als u bijvoorbeeld 1,4,5-7 typt, worden alleen de pagina's 1 en 4 en vervolgens de pagina's 5 tot en met 7 afgedrukt. Als u de optie Selectie kiest, wordt alleen de tekst of worden alleen de afbeeldingen afgedrukt die u in een document hebt geselecteerd. Als u de optie Huidige of Huidige pagina selecteert, wordt alleen de weergegeven pagina afgedrukt wanneer u het document afdrukt. |
Nietjes | Deze optie wordt standaard bij de geavanceerde voorkeursinstellingen voor afdrukken weergegeven als uw printer in staat is om kopieën te nieten terwijl deze worden afgedrukt. Het kan zijn dat het bovendien mogelijk is om het gebruik van nietjes in te stellen als een standaardvoorkeur voor afdrukken. Zie de documentatie bij de printer voor meer informatie over dit onderwerp. |
Papierformaat (papiergrootte) | U kunt het gewenste papierformaat selecteren als uw printer, zoals dat vaak het geval is, is uitgerust met meerdere papierladen of als uw printer geschikt is voor meerdere papierformaten, terwijl deze slechts met één lade is uitgerust. Zorg dat u het juiste papier in de papierlade van de printer plaatst voordat u afdrukt en nadat u het papierformaat hebt gekozen. Vervolgens kunt u uw document afdrukken. Als uw printer meerdere papierladen ondersteunt, moet u mogelijk een uitvoeroptie of een papierbron selecteren. |
Uitvoer of papierbron | Deze optie wordt soms ook wel uitvoerbestemming of papierlade genoemd. Deze optie stelt u in staat om een specifieke papierlade te kiezen, zodat u kunt afdrukken op het papier dat u in de desbetreffende lade hebt geplaatst. Een groot aantal printers biedt u de mogelijkheid om in afzonderlijke laden meerdere papierformaten of verschillende kleuren of typen papier te gebruiken. U kunt bijvoorbeeld aangepast briefpapier, papier met een briefhoofd of papier met een watermerk in de ene lade en ongemarkeerd papier met hetzelfde formaat in een andere lade plaatsen. Als u op briefpapier wilt afdrukken, kunt u bijvoorbeeld de papierbron of de lade met het desbetreffende papier kiezen. |
Stuurprogramma
__elbasuer__
Stuurprogramma
Software die ervoor zorgt dat een apparaat (zoals een printer, muis of toetsenbord) met de computer kan werken. Elk apparaat heeft een stuurprogramma nodig om te werken.
Resolutie
De mate van detail die in een afbeelding zichtbaar is wanneer deze wordt afgedrukt of wordt weergegeven op een computerbeeldscherm.